Bestaat een level playing field bij aanbestedingen?

Het blijft lastig om succesvol in te schrijven op aanbestedingen. Extra informatie maakt bij de inschrijving het verschil tussen winnen en verliezen.

Het blijft lastig om succesvol in te schrijven op aanbestedingen. Het is een complex en vaak diffuus spel. Neem bijvoorbeeld de fraude-casus van de NS, die onlangs forse boetes heeft gekregen voor machtsmisbruik tijdens een aanbesteding voor vervoersdiensten in Limburg. De dochteronderneming van de NS, Abellio, schreef in met een manipulatief lage prijs en verkreeg op onrechtmatige wijze informatie over de aanbesteding en over de concurrentie.

De belangen voor partijen zijn enorm. Zeker voor de NS die, als vervoerders-mastodont, graag de (semi-)monopoliepositie behoudt. De aanbesteding betrof een pilot, waarbij meerdere vervoerders over één spoor zouden rijden. Bij gunning aan een concurrent en een succesvolle pilot, worden meer trajecten aanbesteed.

Inschrijver heeft informatiehonger

Extra informatie maakt bij de inschrijving het verschil tussen winnen en verliezen. Een succesvolle offerte schrijf je alleen als je weet wat de vraag van de opdrachtgever is. En die vraag is niet altijd even duidelijk. Sterker nog, vaak roept een uitvraag alleen maar meer vragen op. Het winnen of verliezen van een opdracht hangt dan aan het zijden draadje van, de eigen maar wel de juiste, interpretatie van de tekst. Dat is niet eenvoudig: vraag tien mensen en u krijgt tien interpretaties.

Dus extra informatie is meer dan welkom, zelfs als het misschien niet helemaal legaal is. Hiermee niet gezegd hebbende dat alle bedrijven in achterkamertjes informatie met elkaar lopen uit te wisselen. Maar zeker als de kans om gepakt te worden nihil is, willen bedrijven weleens hun oren goed open zetten. Voor grote bedrijven is dat makkelijker dan voor kleine bedrijven. Ze hebben toegang tot een groter netwerk en kunnen gemakkelijk maskeren als ze op oneigenlijke manier in hun informatie voorzien. Misschien kunnen we zelfs beweren dat het vrij uitzonderlijk is dat de NS berecht is voor hun wijze van informatievergaring. Veel zaken zullen niet uitkomen en wellicht is deze zaak alleen aan het licht gekomen omdat de staat de enige aandeelhouder is van de NS en de vervoerder daarom een voorbeeldfunctie heeft. Oftewel, de NS is extra streng aangepakt, juist omdat zij zich netjes aan de regels hadden moeten houden.

Machtsposities

Maar ook als er geen machtsmisbruik plaatsvindt, is er nog steeds sprake van een machtspositie van grotere bedrijven. Ze hebben vaker toegang tot informatie waar kleine bedrijven geen of nauwelijks toegang tot hebben. In de NS-casus gaat het niet om hele kleine bedrijven, maar wel om bedrijven met een underdog-positie. Concurrenten Arriva en Veolia hadden bijvoorbeeld beperkt toegang tot informatie over de voorzieningen die relevant waren voor de aanbesteding, zoals servicebalies.

Hebben grote bedrijven een machtspositie ten opzichte van kleine bedrijven? Zo ja, dan is er geen sprake van een level playing field bij aanbestedingen, in zoverre daar überhaupt ooit sprake van zou kunnen zijn. De eerste stap in de goede richting ligt ons inziens bij de kant van de inkoper. De inkopers zouden de aanbestedingen transparanter in de markt kunnen zetten en meer welwillendheid tegenover de inschrijvers kunnen tonen.


Verder lezen over fraude bij de NS en de verantwoordelijkheid van de inkoper? Lees dan het opinieartikel opgetekend door onze tendermanager Ingrid de Boer.

2017-07-19T13:30:42+00:00 5 juli 2017 |0 Reacties

Laat hier een reactie achter